21/2017-05-21

voorgaande
versie-4

▲meer▲

Utrecht - Zuivelindustrie introductie

Bron: voorlopige tekst uit Boekje P. Willemsens / K de Wit blz. 82

 “De bakermat van de Nederlandse zuivelindustrie” - 1995


IN ZUID-HOLLAND EN UTRECHT KREEG COÖPERATIE AANVANKELIJK WEINIG VAT


Buiten de grote steden hand­haafde zich in deze gebieden nog heel lang het kaasmaken op de boerderij. Overigens werd er in deze melkrijke streken in ver­band met de nabijheid van grote steden altijd al veel melk voor directe consumptie gevraagd.


Rond de eeuwwisseling werd er veel gediscussieerd over de vraag of kaasbereiding op de boerderij voordeliger is dan in de fabriek. Weliswaar won de fabriek uit­eindelijk het pleit, maar de kaas­boerderij is tot op de dag van heden gebleven.

Het aantal kaasmakende boerderijen in Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Holland tezamen werd in 1904 geschat op 9000; in latere jaren is dat getal gedecimeerd.


De coöperatie heeft in deze gebieden, door het individualistische karakter van de boeren, niet zo'n opgang kunnen maken. In het zuid-hollandse weidegebied kwamen verschillende mislukkingen van zuivelcoöperaties voor. Vaak waren het NV's, maar dan werkten ze toch op coöperatieve wijze. Deze bedrijfjes konden het tegen de ster­ke concurrentie van de particuliere zuivelindustrie niet bolwerken.


Het “particuliere” karakter van Zuid-Holland blijkt, symbolisch althans, ook uit het feit dat deze provincie de oudste zuivelfabriek van Nederland heeft gekend: Waddinxveen; in hoofdstuk 19 meer hierover.


Dit hoofdstuk is slechts kort, omdat hierin alleen de coöperatieve bedrijven worden behandeld, die in dit gebied nu eenmaal schaars waren. Dat veranderde pas bij de opkomst van de CMC, die in 1945 startte. Die CMC - aanvankelijk nog maar een melkleveringsvereni­ging - sloot allengs contracten met particuliere bedrijven af, tegen goede prijzen en met deelneming in de winst.


Vanaf 1947 werden ook steeds meer particuliere bedrijven overgenomen. Vooral directeur B. van der Heide speelde hierin een grote rol. De CMC is er uitein­delijk in geslaagd ook in het westen van het land een coöperatieve kracht te vestigen, die niet onder doet voor andere delen van het land. Later fuseerde CMC met Noord-Holland, en in 1989 fuseerde hij met Campina. Een verhaal apart, maar in dit boek gaat het met name over de oer-historie van de zuivelindustrie.

De Wit heeft in Utrecht 43 fabrieken gevonden, waarvan 5  coöperatief.

Zuivelhistorie komt tot ca. 114 Zuivelfabrieken en/of melkinrichtingen.

Zie bovenstaande aantallen in het lijstje “Zuiveljaarboeken”

zjb. jaar

‘26

‘28

‘30

‘32

‘35

‘37

‘41

‘47

‘49

‘51

‘53

‘55

‘57

‘59

‘61

‘63

‘65

‘67

‘70

‘73

‘75

‘77

1986

1995

2007

aantal

32

?

46

54

55

?

60

42

34

24

21

20

18

17

16

16

15

16

?

10

5

5

0

1

0

nr.

Plaats

begin

eind

1

Utrecht (vd Lee)

1895

1965

2

Utrecht (UMI.)

1878

1964

3

Breukelen

1890

1974

4

Oudewater

?

?

5

Nw Loosdrecht

1898

1921

6

Zeist

1901

1908

7

Bunschoten

1901

1918

8

Amersfoort

?

?

9

Woudenberg

1897

1986

10

Rhenen

?

?

11

Amerongen

?

?

12

Renswoude

1900

1964

13

Tienhoven

?

?






Bij de Wit ook nog




Maarseveen

1890

1903


Baambruggen

1901

1965





Onderstaand kaartje is een deel van een kaart uit 1903

Bron: Verslagen en mededelingen van de afdeeling Landbouw van het Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid. 1904 no.1 Boterproductie en botercontrole in Nederland - Den Haag. - Fabriekjes waren particulier.

Utrecht Verenigde Melkbedrijven jaren. 50
Lijstje ‘Utrecht’ in Zuiveljaarboeken

  Geen venster - hier ophalen - www.zuivelfabrieken.nl