*Ov/2019-04-11

voorgaande
versie-5
Overijssel - Zuivelindustrie introductie

zjb. jaar

‘26

‘28

‘30

‘32

‘35

‘37

‘41

‘47

‘49

‘51

‘53

‘55

‘57

‘59

‘61

‘63

‘65

‘67

‘70

‘73

‘75

‘77

1986

1995

2007

aantal

83

?

82

79

79

?

80

75

72

71

65

64

65

65

64

62

58

55

55

46

45

40

26

18

5

Zuivelbedrijven Overijssel in Zuivel Jaarboeken

Zie zuivelgeschiedenis Gelderland Overijssel (‘boek Geluk’)“Zuivelcoöp. in Nederland - 1967

Introductiepagina Zuivelhistorie Overijssel

Zie korte introductie Overijssel - uit boek K. De Wit - bij Gelderland

CZ. ‘s-Heerenbroek                              Bron kleur: Google SV

Geen venster - hier ophalen - www.zuivelfabrieken.nl

Haaksbergen (archief)

In 1970 fuseerde de Coöperatieve Zuivelfabriek Haaksbergen met de Lonneker Coöperatieve Melkinrichting en Zuivelfabriek te Enschede, welke laatste op 9 oktober 1896 opgericht was. De naam van de nieuwe coöperatie, waarbij zich nadien ook andere Twentse bedrijven aansloten, werd Melkion. In het bestuur van Melkion zaten ook afgevaardigden van de afdeling Haaksbergen van de O.L.M. en de A.B.T.B. . Dit was niet de laatste fusie, want samen met coöperaties uit Hengelo (O), Almelo en Oldenzaal ontstond de ORMET. Weer later werden zij opgenomen in grotere verbanden, eerst in Coberco en later in Friesland Foods. >>

Gemeentearchief Zutphen


GOZ en Coberco 1894-1990

Gemeente: Zutphen; toegang nr. 300: inventaris; omvang 147.50 m. Hierin zijn opgenomen het archief van de Gelders-Overijsselse Zuivelbond (GOZ) die in 1896 werd gesticht, en het archief van de in 1970 opgerichtte Zuivelcoöperatie Coberco (hoofdkantoor te Zutphen) die gaandeweg de functies van de GOZ overnam. In deze groep archieven zijn tevens opgenomen de archieven van en gegevens over de vele plaatselijke zuivelfabrieken in de provincies Gelderland en Overijssel.

▲meer▲

 Knipsel POZC 1899-07-03

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 1899-07-03


Roomboterfabrieken in Twenthe


Men schrijft ons uit Twenthe:

In de laatste tien jaar zijn op het platteland van Twenthe nagenoeg in alle gemeenten roomboterfabrieken gesticht, schier overal wordt men tegenwoordig in de gelegenheid gesteld daaraan de melk te leveren. Menig landbouwer spaart door de boterfabrieken een dienstbode uit.

Velen mogen de boterfabrieken als een noodzakelijk kwaad beschouwen, een onpartijdige beoordeeling zal ons doen zien, dat ze zegenrijk werken, daar, waar ze steun en waardeering vinden.

De kunst om goede boter te bereiden, stond in Twenthe over het algemeen op een laag peil. De inrichting der boerenwoningen liet en laat nog alles voor een goede boterbereiding te wenschen over. De zoo noodige tijd was er zelden voor te vinden, want heel wat landbouw werk staat in Twenthe voor der vrouwen rekening. Jammer, dat de omstandigheden, waaronder genoemde fabrieken op de meeste plaatsen moeten werken, zoo treurig zijn.


Op het punt van boterfabrieken toont men in Twenthe wat al te veel nijverheid. Op plaatsen waar éen inrichting meer dan voldoende was, werden er twee of drie gesticht. Hier bestaat een particuliere fabriek naast een coöperatieve, daar zijn twee coöperatieve fabrieken in de onmiddellijke nabijheid gesticht, omdat men het over de plaats, waar het gebouw zou staan, niet eens kon worden, ginds trachten twee particulieren, die elk een winkelnering hebben, elkander den loef af te steken, terwijl het feitelijk gaat om elkaar in den grond te werken. Het gebeurt wel, dat men op den zelfden dag van twee of drie zijden bij de boeren de rondte doet, om de melk naar de fabriek te trekken. Zulke betreurenswaardige toestanden bestaan thans in Twenthe, en werken voor de fabriekmatige boterbereiding hoogst verderfelijk.


Oppervlakkig en egoïstisch beschouwd profiteren de landbouwers in de eerste plaats van zulke toestanden. Er wordt voor de melk wel eens meer betaald dan er betaald kan en moest worden. Het is geen zeldzaamheid, dat men voor melkaanvoer 1 á 2 cent per liter betaalt en de aanvoer op een wagen niet meer dan 50 á 100 liter bedraagt. Aan een goed geordende fabriek moet de melkaanvoer niet meer dan een kwart cent per liter kosten.


Het is niet alleen een strijd van particulieren tegen coöperatie, maar particulieren onderling trachten elkander evengoed het leven zuur te maken, terwijl de verschillende coöperaties, die toch eenzelfde doel, meerdere welvaart van den boerenstand, beoogen, ook weinig punten van samenwerking vertoonen. Men let alleen op oogenblikkelijk voordeel. Hadden de boeren algemeen gezonder begrippen over landbouw-ccöperatie, zagen ze wat verder dan hun neus lang is, begrepen ze, waar in de toekomst hun belang ligt, de onwaardige concurrentie zou spoedig gedaan zijn.

Het is niet te voorzien dat de coöperatieve fabrieken, waarvoor, het moet gezegd worden, sommige boeren gesteund door hen die buiten den boerenstand staan belangeloos ijveren, en veel werkzaamheid toonen, in den strijd zullen bezwijken. Stellen we eens dat het gebeurde, waar moest dan de boerenstand met de melkproductie aanlanden? Laat men zich eens onpartijdig de vraag stellen, hoe was het voor 20 jaar b.v., en hoe is het thans? Is op landbouwgebied geen verbetering te bespeuren? Wat doen de Landbouwmaatschappijen, wat doet de Vereeniging tot verbetering van het paardenras in Overijssel niet voor de verbetering van den veestapel? Welk een nut sticht de handelsvereeniging te Lonneker niet als landbouw-coöperatie voor den boerenstand? Hoe werkzaam toont zich niet de Landbouwvereeniging „Ons Balang” in de gemeente Weerselo, door onderlingen aankoop van hulpmeststoffen, veevoeder, zaaizaden en beter fokvee? Bij dit alles bepaalt men zich uitsluitend tot het aankoopen van landbouwbenoodigdheden en vermijdt men streng het aankoopen van levensbehoeften.


Met hoeveel ijver werkt niet de Overijsselsche Boerenbond voor de eenvoudige landbouwers onzer afgelegen buurtschappen en gehuchten ? Goed georganiseerde vereenigingen werken nuttig, ook op landbouwgebied. Een en ander moet door alle klassen in de maatschappij gewaardeerd worden; ook de neringdoende stand moest dat op prijs stellen, want waar is heten blijft het: „Gaat het den boer goed, dan gaat het allen goed”.


Bij elke roomboterfabriek, zij moge coöperatief, zij moge particulier zijn, moet een goede vereeniging van boerenleveranciers bestaan, zal zo recht van bestaan hebben en tot voordeel van den boerenstand werken. Gemis aan samenwerking, onedele concurrentie en onpractische invloed van naburige fabrieken kunnen treurige gevolgen hebben en werken altijd verderfelijk.

Wat is het geval? De beheerders der fabrieken hebben een behoorlijk en soms streng toezicht te houden op de leveranciers, om te waken, dat ze volkomen zoete en zindelijke melk leveren van een behoorlijk vetgehalte en dat de melkleveranciers zich aan verschillende regels onderwerpen. Is er nu dichtbij een concurreerende fabriek, dan wordt soms veel door de vingers gezien, het toezicht verslapt, om toch maar geen melkleveranciers te verliezen. Dit alles strekt tot schade van de boterfabrikage.


In een plaats waar een coöperatieve fabriek bestaat, moest geen particulier beginnen. Wederkeerig moest daar, waar een particuliere fabriek aan de eischen voldeed, geen coöperatieve inrichting gesticht worden. Handelt men anders, dan is het quantum melk dat een fabriek krijgt te klein. De eene rijdt de andere soms met onedele middelen in de wielen, een kwijnend bestaan is er het gevolg van.

Het is te betreuren dat in Twenthe roomboterfabrieken op meer dan een plaats bestaan, slechts enkele minuten, hoogstens een kwartier van elkaar verwijderd. In de meer melkrijke streken van Holland en Friesland moge zulk een bestaan te wettigen zijn, in Twenthe, waar de melkproductie niet zoo groot is, gaat het niet. Van de talrijkheid der fabrieken plukt men nu reeds wrange vruchten. Men betaalt onnatuurlijke en te hooge prijzen voor melk en aanvoer van melk.


Andere fabrieken ondervinden daarvan mede de gevolgen. De melkleveranciers worden ontevreden. Men stelt den eisch meer te betalen of geen melkleverander te blijven. Zulke toestanden zijn betreurenswaardig. Er moesten geen boterfabrieken bestaan als op een afstand van half uur van elkaar verwijderd. De inrichtingen, die op het platteland gevestigd zijn, hebben bovendien wegens treurige zandwegen voor den aan en afvoer vae producten heel wat onkosten. Door onvoldoende gelegenheid om per post wat te verzenden en te ontvangen, staan ze ten achter bij fabrieken in steden en dorpen.


Niettegenstaande al die hindernissen werken de roomboterfabrieken op het platteland van Twenthe toch nuttig voor den landbouwenden stand. Stond de Twentsche boter eertijds in den binnenlandschen handel op een lagen trap, thans worden wekelijks duizenden KG. uitgevoerd, die zelfs op de wereldmarkt van Engeland een waardige plaats innemen naast de Hollandsche en Friesche boter.

                                                                                                                            P.