*ZH/2018-11-19

voorgaande

▲meer▲

versie-5
Zuid-Holland - introductie
Zuid-Holland Zuivelindustrie introductie

1940

23 nov: invoeren door bezetters van het Melk Standaardinatiebesluit  (2,5 %). Hierdoor nam het aantal afnemers van de - oude - CMC in enkele jaren af van 3000 tot nog geen 100. De investeringen waren simpel weg veel te groot!. Elk ‘standaardisatiebedrijf’ moest n.l. niet alleen beschikken over een centrifuge voor afromen van de - te vette - melk maar ook over pasteurisatie- en koelapparatuur.

1941

Albert Heijn neemt - 1e - 4 fabrieken over van: A. Kievit te IJselmonde, “De Onderneming”te Wilnis, v. Klaveren te Amsterdam en “Het Zuivelhuis” te Den Haag. Dit na een eerdere - in 1940 - mislukte samenwerking met “Roombaron” Theo den Hollander. Zij hielden hier wel twee fabrieken van over, Vita”te Rotterdam en “Nw. Plancius” Amsterdam (zie meer MU-boek blz. 109 >)

1942

De eerste ‘grote’ Coöp. in Z-H. Bij “De Producent” sloten zich 3 fabrieken uit de Alblasserwaard aan - welke 3 - Aardam, Woerden en ? - Boeren konden rechtstreeks lid worden

1942

Oprichten Bedrijfsschap Zuivel, met in z-w Nederland CMC als uitvoerend orgaan - met beperkte bevoegdheden . Het AVM werd door de Duitsers opgeheven.

1944

29 febr: werd door 73 veehouders uit het “westelijk gebied’ de Coöp. Melkafzet Centrale (C.M.C.) opgericht - de “oude” bleef bestaan tot 1947

1945

25 dec:  aanvang (nieuwe) C.M.C.. Verkoopt melk van bijna 10.000 leden aan div. zuivelfabrieken, levering tot aan de deur, d.w.z. C.M.C. regeld vervoer en bussen!

1946

Men steld, per 1 juni, als directeur aan oud afdelingshoofd Bedrijsschap Zuivel B. vd. Heide aan. Leden verlangen -  schriftelijk - dat betaling via de C.M.C. geschied!

1947

Naast verkoop van de melk aan particuliere bedrijven ging CMC ook eigen productiebedrijven runnen. De eerste waren “Delftland” te Naaldwijk  (26 april), “De Hoop”in Assendelft, “de Zaanstreek” te Wormerveer en “De Planeet te Spijkenissen. (26 april) - hierna verdween het woordje ‘afzet’ uit “Coöp. Melkafzet Central’”

1948

CMC neemt NV. “Gooiland” in Naarden over. Na “infiltratie” in VGM. - men kocht de helft van de aandelen - sloot “Gooiland in 1952 en kwam er een nieuwe fabriek

1948

Overname van VAMI Amsterdam door Sterovita....en ging daarna melk levering aan het Amerikaanse bezettingsleger in Duitsland - zie DOMO Beilen hierover

1950

8 dec: oprichting N.V. Melkinrichting “De Combinatie” te Rotterdam  - C.M.C. neemt 50% van het aandelenkapitaal voor haar rekening

1953

Pas in 1953 waren de boeren in het westen weer vrij om de melk te leveren aan wie ze wilden, elders in het land was dat al ingegaan in 1946. Er ontstond daarna een strijd voor de melk tussen de Coöperatieve CMC en de particulire MIV.

1954

Oprichting “Stichting voor Melkhygiëne” (S.V.M.) door C.M.C., V.V.Z.M. en Zuid Hollandse Zuivelbond (Z.H.Z.)

1960

(CMC) 1 jan.: bundeling van de afdelingen “Melk” en “Miland” van de (Coöp.)  “De Producent” - Gouda - met de C.M.C.

1961

???? 1 nov: Fabrieken Gouda en Aarlanderveen  - afd. melk “Producent” worden overgenomen door C.M.C. - ontstaan Melkcentrale Gouda

1961

18 oktober: oprichting N.V. Nederl. Melkunie (N.M.U.) .Was in eerste instantie een fusie van “De Sierkan”- Den Haag, Goudse Melkinrichting - Gouda en “Oud- en Nieuw Holland” te Bodegraven. Aanzet was gegeven door de C.M.C. Deze had een 50 % belang - door inbreng  van aandelen “‘s-Gravenhaagsche Melkinrichting” en  “De Sierkan”. Bij de hierna volgende fusies bleef de C.M.C. op 50% deelname. Zo was er  een fusie N.M.U. met V.G.M. - Hilversum en O.V.V. MOBA - Amsterdam en Baambrugge. “De Holland” te Amsterdam en Leimuiden volgden spoedig daarna. De C.M.C. kon dit ‘betalen’ uit het ‘gespaarde’ ledenkapitaal. De eerste jaren merkten men in de lande weinig van al deze overnamen. De fabrieken bleven draaien onder eigen naam. Pas in 1965 vond er voor alle - toen nog 18 overgebleven ‘draaiende’ productiebedrijven  - een naamsverandering plaats. “Nederlandse Melkunie”.



‘63

CMC leden “Eemlandia” Bunschoten (Utr.), “Coöp. Melkcentrale”, Assendelft en Wormerveer  - Coöp. Melkcentrale (N-H)  te ‘s-Gravenhagen)

NMU te ‘s-Gravenhagen - Nw-Havenstraat 15 (Sierkan gebouw) . Werkmaatschappijen; ‘s-Gravenhagen, Bodegraven, Woerden en Hilversum

1964

Fusie van Sterovita met Melkunie. CMC. was toen al een partner van Sterovita. Melkexport Sterovita te Dordrecht - zie 1948 - bleef hier echter buiten. Omvang N.M.U. verdubbelde hierdoor.

1965

april: fusie N.M.U. met V.Z. -R.M.I. groep, met meerdere bedrijven - Rotterdam, Oudewater, Zierikzee maakte N.M.U. werd steeds groter!

Uit Zuiveljaarboek 1965;

Hoofdkantoor Europahuis, J. Wattstr 79 Amsterdam

Werkmaatschappijen;

N.V. “Holland”, 1e Jan Steenstr. 10-30, Amsterdam  en Noordeinde 116, Leimuiden,

N.V. “Neerlandia”, Achtergracht 70,  Weesp,

N.V. “Nieuw-Holland”, Utrechtsestraatweg 14, Woerden, (Z.-H.)

N.V. “Nijenrode”, de Lairessestr. 156, Amsterdam,

N.V. “Oud-Holland”, Noordzijde 64, Bodegraven (Z.-H.)

N.V. “O.V.V.-M.O.B.A.”, Lijnbaansgracht 231, Amsterdam en Baanbrugge (Utr.),

N.V. “De Sierkan”, 1e v.d. Kunstraat 116, ‘s-Gravenhagen (Z.-H.)

N.V. “Sterovita”, o.a. James Wattstr. 79 / Overtoom 187-195 / O. Beijerweg 10 te Amsterdam, Straatweg 4, Breukelen en Keenstraat 55 / Persoonsdam 18, Rotterdam,

N.V. “Verenigde Gooise Melkbedrijven”, (V.G.M.), Larenseweg 34, Hilversum.

Wat opvalt is dat alle melkinrichtingen lid waren van de V.V.Z.M.

1967

NMU

zjb’1967 werd het rijtje met ‘fusieprtners’ met N.M.U. aangevuld met:

N.V. Dordrechtsche Melkinrichting (D.M.I.) - Kromhout 61-75 - Dordrecht,

N.V. Melkinrichting “De Bommelerwaard” Maasdijk 3 te Heusden,

1967 CMC

voorjaar: opgaan van C.M.C. fabrieken Assendelft en Wormerveer met de N.V. “Melkinrichting Velzen” en de N.V. “Melkinrichting en Zuivelfabriek Gebr. Schaft” te Oostzaan in de “Melkcentrale Velzen Zaanstreek “N.V.

dec: oprichten van N.V. “Centrale Melk Maatschappij” (C.M.M.) door samenwerking van N.V. Melkinrichting “De Combinatie” en Co-op “Vooruitgang” te Rotterdam.

1968

(CMC) mei: overname van alle aandelen N.V. “Amersfortia” door C.M.C. / najaar: overname N.V. de Roomboterfabriek “De Vooruitgang” te Woudenberg.

1968

15 februari doet C.M.C. een bod op de resterende aandelen, nog in bezit van N.M.U. - 4 april 1968 werd dit  bod geaccepteerd,

1969

29 mei: fusie N.M.U. met “Centrale Melk Maatschappij” te Rotterdam  (“De Combinatie”en Vooruitgangsbedrijven als dochters)  “Melkcentrale Gouda” en “Melkcentrale Amersfortia”. Hierdoor ontstond C.M.C.-Melk Unie N.V.  als 100% dochter van C.M.C. Hiervoor waren n.l. N.M.U. en C.M.M. slechts ten dele eigendom van C.M.C.

1969

30 mei: integratie van de C.M.C. meerderheidsbelangen in één consern.

1970

23 febr: C.M.C. verwerft alle aandelen “Melkcentrale Velzen-Zaandam”. Toeteden van CMC-Melkunie tot de FNZ. - dus nu - erkend als - 100% Coöp.!

1973

Extra in zjb. zijn Maasdam. Terneuzen, “Quak”te Zuidland, “De Hoop” te Katwijk , Amerfoord, “Vemiez” te Veenedaal, Naaldwijk, Woudenberg, Gouda, “’t Land van Heusden en Altena” te Genderen, Velzen, Assendelft, “De Vooruitgang” te Woudenberg, “Kooij” te Leersum,


VZ. en RMI gingen in 1918 (?) samen bleven wel onder eigen naam melk verkopen

1975

1 jan.: verloving CV. Noord-Holland en CMC-Melkunie, voorlopig voor 5 jaar!. In 1976 besloot men echter al dat er op 1 jan. 1980 een fusie zou komen.


In de jaren tussen 1975 en 1980 waren er nog “vrije” Coöp.  fabrieken in de Alblesserwaard en drie particulieren - Menten Landbouw te Wassenaar, Van Grieken Melk te Rijswijk en Koninklijke AMC te Uithoorn. Van de eerste twee - consumptiemelkbedrijven - werden in de loop der jaren minderheidsaandelen verworven. Pas in 1986 lukte het om de hand te leggen op het volledige aandelenpakket van AMC. Daartussendoor had men in 1981 de laatste Sterovitafabriek - Dordrecht - overgenomen.

In de jaren tachtig werd ook nog de kaasfabriek van Stam - Vianen - en Van der Spek uit Zoetermeer overgenomen.

In 1982 werd “De Boterbloem” te Dreumel over genomen. Verder in dat jaar verdere samenwerking met  “De Linge” te Arkel, “De Giesen” B.V. te Peurum, CZ. In 1984 Versterkt met “De Samenwerking” te Giesenburg en “De Graafstroom” te Bleskensgraaf  die B lid werden - de boeren bleven lid van de eigen vereniging.

In 1985 traden ook “De Stichting Buren” en “Linge” te Arkel toe als B-lid+

1980

Per 1 jan: fusie CMC-Melkunie met CV. Noord-Holland tot Melkunie Holland.

1984

Invoeren superheffing

1989

Bekendmaking 18 oktober dat Melkunie Holland en DMV Campina nog dat jaar wilden fuseren. Samen hadden ze een omzet van 5 Mld. gulden en kwamen op de 4e of 5e plaats van de wereld ranglijst.

* volgens MU boek waren er in west - is Noord-Holland onder het IJ plus Utrecht en Zeeland - in 1927 249 ‘zuivelfabrieken’ waasvan 138 in de grote steden. ca. 25 waren  boter- en kaasfabriek de rest vetwerkte de melk tot consumtiemelk condens e.d. Het aantal ‘losse slijters (en melkboeren) was afgenomen tot enkele tientallen!  - blz. 103  In 1940 waren er in ‘west’ nog 282 bedrijven in 1945 waren er nog maar 135 over - blz. 135 - grootste oorzaak was het standaarditatiebesluit, afgekondigd op 23 november 1940

Introductie op lijsten en kaart melkinrichtingen en muivelfabrieken in Zuid-Holland

‘26 *

‘28

‘30

‘32

‘35

‘41 *

‘47

‘49

‘51

‘53

‘55

‘57

‘59

‘61

‘63

‘65

‘77

1986

1995

2007

119

136

149

154

187

196

125

68

62

56

58

51

51

45

45

42


15

7

6

Geen venster - hier ophalen - www.zuivelfabrieken.nl

Op de site van Hans Klingenberg  http://www.historiemelkvervoer.nl

(verschijnt in een nieuw venster)

Is nog veel meer te vinden over de Zuid-Hollandse zuivelindustrie

https://www.zuivelfabrieken.nl/_wp_pdf/Croesen-Proefschrift-1932-23-11-2006.pdf


Proefschrift Croessen over De provincie Z uid-Holland.


[Blz 17-18]

Veranderingen 1880 en 1913

Het bouwland en de tuingrond besloegen hier, onderscheidenlijk in de jaren 1880 en 1913 75.850 en 75.203 H.A., terwijl de overeenkomstige cijfers voor het grasland waren 157.547 en 163.570 H.A. (Hierbij nam de hoeveelheid tuingrond van 7597 H.A. in 1880 tot 16.215 H.A. in 1913 toe). Hier zien wij een vermindering van het bouwland en een vermeerdering van het grasland, waarmee ook in overeenstemming zijn de veranderingen in de veestapel, zoals die blijken uit tabel I. *


In deze provincie is, evenals in Noord-Holland van invloed de enorme uitbreiding van de grote steden in de periode, waarover ik spreek. Volgens een welwillend door de Bouwpolitie en de Woningdienst van Rotterdam aan mij verstrekte inlichting bedroeg de oppervlakte van de gemeente Rotterdam op 31 december 1879 [018] ruim 1154 H.A. en op 1 januari 1913 (vóór de annexatie van de Hoek van Holland) ruim 6202 H.A. Dat het bouwland zich min of meer op peil heeft weten te houden, trots de uitbreiding van de tuinbouw en de omzetting van bouwland in grasland, is o.m. te danken aan het feit, dat in de periode 1873-1911 niet minder dan 11.125 H.A. bedijkt of drooggelegd werden.


Het alom bekende „Westland" is een zuiver tuinbouwgebied; ook in „de Zuid-Hollandse bollen- en weidestreek" is de tuinbouw aanzienlijk, maar de naam van het gebied geeft reeds aan, dat daarnaast ook de veehouderij een plaats van gewicht inneemt. De veehouderij heeft zich in deze provincie, vergeleken met Staring's tijd, steeds meer ten koste van de akkerbouw uitgebreid. Tegenwoordig strekt het overwegende akkerbouwgebied zich nog slechts uit over het eiland Goeree en Overflakkee, het westelijke gedeelte van de Hoekschen waard en in een gedeelte van de Rijn-, Delf- en Schielandsche droogmakerijen.


Maar zelfs in het laatstgenoemd gebied overweegt de veehouderij alreeds, terwijl de eilanden Voorne en Putten en Rozenburg, die omstreeks 1880 nog geheel tot het akkerbouwgebied behoorden, reeds in 1913 vrijwel grotendeels aan de veehouderij dienstbaar gemaakt werden.

Maar niet overal hebben wij hier te maken met veehouderij ten behoeve van de zuivelbereiding.

In de eerste plaats wordt er een grote hoeveelheid consumptiemelk verbruikt in de steden, terwijl ook verschillende industrieën (margarine, gecondenseerde melk) grote hoeveelheden melk vragen. Voorts is ook de vetweiderij in de nabijheid der grote steden niet onbelangrijk, zodat de uitbreiding van de veehouderij uit dien hoofde evenmin aan de zuivelbereiding ten goede komt.



1880

1913

1880

1913

1880

1913

1880

1913

152.596

181.548

13.586

20.240

222.646

308.689

28.943

200.704

Melkvee

Mestvee

Rundveestapel

Varkensstapel

* Tabel 1

 Zuivelgebeurtenissen 1940 - 1989 - bron ??